|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Onze Brian (12) heeft TypeTopia gedaan, met redelijk succes, al hebben we hem wel
flink achter zijn broek moeten zitten. Voor Rolf (10) hadden we eveneens TypeTopia
op het oog, tot we in de schoolkrant lazen dat kinderen via de school TypeStars
konden gaan volgen.
Rolf ging helemaal in die cursus op na drie maanden kon hij typen als de beste.
Veel blijer zijn we echter met een onverwacht neveneffect. De cursus bleek een enorme
stimulans voor zijn zelfvertrouwen. Rolf kon redelijk meekomen op school, maar was
best onzeker. Dat veranderde op slag nadat de school met TypeStars een typewedstrijd
had georganiseerd en Rolf zowaar bovenaan eindigde. Sinds hij voor zijn klas ‘goud’
in de wacht heeft gesleept is hij helemaal opgebloeid en er in bijna alle vakken
op vooruit gegaan. Het fijnste vindt hij nog dat hij bij gym (!) niet meer steevast
als laatste wordt gekozen. Waar een simpele typecursus al niet goed voor is en nu
we twee maanden verder zijn durven we voorzichtig te stellen dat het effect blijvend
is.
Sanne (8) zit op dezelfde school maar mag pas over jaar meedoen. Ondertussen oefent
ze al flink via het abonnement van Rolf, die daar niet blij mee is omdat zuslief
zijn score omlaag haalt. Hij staat het echter toe want hij heeft zijn sporen inmiddels
verdiend en zijn typediploma hangt ingelijst boven zijn bureau. TypeStars staat
wat ons betreft eenzaam aan de top.
'Athena' op het Kurzweil-forum

|
|
|
|
TypeStars en ons geheugen
Ons geheugen maakt ons tot wat en wie we zijn. Hoe deze opslagplaats van kennis en ervaring precies is georganiseerd is nog grotendeels een mysterie, maar we onderscheiden
drie nauw samenwerkende hoofdafdelingen.
1. Werkgeheugen
Van het werkgeheugen of korte-termijn geheugen zijn we ons het meest bewust. Hier
speelt ons doen en denken zich af. We beseffen iets op het moment dat het in het
werkgeheugen staat. Het werkgeheugen is vluchtig. Wat ons bezighoudt kan van de
ene op de andere seconde veranderen. We zijn verdiept in een boek en vervolgens
gaat de telefoon en zijn we met onze gedachten totaal ergens anders.
2. Autobiografisch geheugen
Het autobiografisch geheugen is het boek van ons leven. Hierin staat alles
dat we ooit hebben meegemaakt en geleerd. Dit boek is zo dik dat de inhoudsopgave
een boek op zich is en daardoor kunnen we lang niet alles (snel) terugvinden. Als
we over iets nadenken laden we voortdurend informatie uit het autobiografische geheugen
in het werkgeheugen.
3. Procedureel geheugen
In het procedurele of motorische geheugen zijn alle handelingen vastgelegd die we
kunnen verrichten zonder er bij na te denken. Eten, lopen, fietsen, spreken, schrijven
... meestal gaat het automatisch en zijn we ons niet bewust van de ingewikkelde
spierbewegingen die nodig zijn om voedsel te kauwen en te slikken en tussentijds
ook nog met onze tafelgenoten te praten.
Automatismen
Maar ... alles wat in het procedurele en het autobiografische geheugen
staat is begonnen in het werkgeheugen. Eten, lopen, fietsen, spreken, schrijven
... we hebben het allemaal moeten leren, stap voor stap, met vallen en opstaan en
vooral door veel te oefenen. Tijdens de eerste autorijles was het werkgeheugen uitsluitend
bezig met autorijden. De bediening van het voertuig (schakelen, richting aangeven!),
andere weggebruikers, de regels van het verkeer, de opmerkingen van de instructeur.
Aan het avondeten heb je vast niet gedacht en na afloop van de les stond het zweet
je op de rug en dacht je misschien wel dat je het nooit zou leren.
Naarmate je langer achter het stuur zat werden steeds meer handelingen overgeheveld
van het werkgeheugen naar het procedurele geheugen. Op een gegeven moment ging het
schakelen vanzelf, gaf je automatisch richting aan, anticipeerde je op het gedrag
van medeweggebruikers en kon je tegelijkertijd met de instructeur over koetjes en
kalfjes praten. Na een paar weken of maanden was autorijden een automatisme geworden. Je
dacht er niet meer bij na en het werkgeheugen was vrij om zowel op het verkeer te
letten als een boodschappenlijstje voor het avondeten op te stellen.
Spreek- en toetsenbordvaardigheid
Spreken, handmatig schrijven, alle spierbewegingen zitten in het procedurele
geheugen en het hele werkgeheugen is beschikbaar om te bedenken wàt je wilt zeggen
of schrijven. Zo is het van oudsher gegaan, tot de computer en het internet gemeengoed
werden en mensen steeds vaker gingen communiceren via het toetsenbord, met hun vingers.
Typen hebben ze zichzelf geleerd, en dat is te zien. Met twee of vier vingers hameren
ze op toetsen die ze steeds moeten zoeken. Typen gaat half-automatisch omdat het
nooit goed is aangeleerd, zoals op school wel is gebeurd met lezen en schrijven.
Het werkgeheugen is zowel bezig met de bediening van het toetsenbord als met het
bedenken van de boodschap en dat gaat ten koste van beide activiteiten.
Didactiek van het typen
Iedereen kan typen, net zoals iedereen kan schrijven, tekenen of zingen. Inderdaad,
veel mensen kunnen zich met twee of vier vingers aardig redden en zien het nut van
een typcursus dan ook niet in. "Gewoon veel doen, dan leer je het vanzelf!" roepen
ze, tot ze zien hoe iemand die een cursus blindtypen heeft gedaan snel en moeiteloos
de ene na de andere pagina vult met foutloze teksten. Dan beseffen ze dat typvaardigheid
niet aan komt waaien, net zomin als dat kinderen zichzelf leren lezen en schrijven uit de krant. Blindtypen moet methodisch
en stap voor stap worden aangeleerd om de vaardigheden permanent te verankeren in
het procedurele geheugen. Dat lukt niet
met typspelletjes of de toetsenbordtrainingen, die vaak gratis als typcursus worden
aangeboden. Met het eindeloos overtypen van zinnen en jongleren met letters in
spelletjes kan weliswaar een zekere vingervlugheid worden verkregen, maar kunnen nooit de snelheid
en nauwkeurigheid worden bereikt die zo kenmerkend zijn voor het tienvingersysteem
'blind'.
Bouwstenen van typvaardigheid
TypeStars bouwt uw typvaardigheid systematisch op vanuit vaste vingerposities,
waarbij de elementaire bewegingsbanen van het tienvingersysteem onuitwisbaar in het spiergeheugen worden gegrift. Onderzoek heeft aangetoond dat de
methodiek van TypeStars niet alleen leidt tot een grote typvaardigheid, maar ook
tot betere resultaten bij taal- en rekenvakken en activiteiten die een verfijnde motoriek vereisen.
De computertypmethode van TypeStars is ontwikkeld over een periode van vijfentwintig
jaar. Een kwarteeuw van testen en experimenteren, meten, terugkoppelen en verfijnen, aan de hand van nieuwe inzichten
gebaseerd op ervaringen van vele duizenden cursisten. Bij het optimaliseren van de
methode is steeds gebruik gemaakt van nieuwe technische mogelijkheden, zoals multimedia
en het internet, maar wel toegepast voor zover het functioneel is en aantoonbaar
bijdraagt tot betere leerprestaties. Geen ellenlange uitleg in videofilmpjes (die
vaak bij de tweede vertoning al vervelen) als twee geschreven instructieregels ook
volstaan. Geen spectaculaire animaties, waarbij de letters over het scherm buitelen,
als tests hebben uitgewezen dat spellend typen veruit het meest effectief is. Kortom,
geen typcircus, of zoals Lucille (10) uit Valkenswaard het na het testen van een
experimentele typgame in het computerlokaal ten overstaan van haar klas uitdrukte:
"Cool spel hoor, maar mogen we nu weer gaan oefenen met TypeStars?"
|
|